Part I: Dutch Grammar
Select the best answer.
1. In deze buurt wonen vele kleine
___________ .
A. kinder
B. kinderen
C. kinden
D. kind
2. Marleen houdt van symfonische muziek en kamermuziek, __________
niet van opera.
A. en
B. maar
C. dus
D. of
3. Elk van deze studenten __________ dit jaar zijn diploma behalen.
A. zal
B. kunnen
C. moeten
D. wordt
4. Ik heb __________ literatuur over Ierland meegebracht.
A. enig
B. enkel
C. een
D. wat
5. Dirk is me nog een aanzienlijke som schuldig, ik hoop dat
hij er deze week eindelijk ___________________.
A. mee over de brug komt
B. voor de boeg heeft
C. de kat uit de boom kijkt
D. de zaak afrondt
6. De film begint ____________ een kwartier.
A. over
B. in
C. rond
D. omstreeks
7. Jaap en Katrien _____________ met de bouw van hun nieuwe huis.
A. hebben begonnen
B. zijn beginnen
C. zijn begonnen
D. zijn gebegonnen
8. ____________ je morgenochtend thuis?
A. Is
B. Zijn
C. Bent
D. Ben
9. Tot haar grote vreugde heeft mevrouw Van Daan vernomen
_________________________________________________ .
A. dat haar lievelingshorloge zal toch
nog hersteld kunnen worden.
B. dat haar lievelingshorloge toch nog
zal worden kunnen hersteld.
C. dat haar lievelingshorloge toch nog
zal hersteld worden kunnen.
D. dat haar lievelingshorloge toch nog hersteld zal
kunnen worden.
10. Mijnheer De Vos vindt garnaal ______________ kreeft.
A. zo lekker als
B. zo lekker dan
C. even lekker als
D. even lekker dan
11. Jan, __________ met dat lawaai!
A. ophoudt
B. houdt op
C. hou op
D. ophou
12. Grootvader is _________ gisteren, _________ vandaag kunnen buitengaan.
A. niet . . . noch
B. noch . . . noch
C. noch . . . niet
D. ook . . . niet
13. Piet is nu ____________ dan Jan.
A. grootst
B. groot
C. groter
D. het grootst
14. Die man die tegen me aangebotst is, ___________________.
A. wil gestolen hebben mijn
portefeuille
B. zal mijn portefeuille gestolen
hebben
C. zult mijn portefeuille gestolen
hebben
D. zal gestolen hebben mijn
portefeuille
15. De Heer Van Loon vraagt of u onmiddellijk naar zijn kantoor
_______________ .
A. wou bellen
B. zult bellen
C. zal bellen
D. wilt bellen
Part II: Dutch Grammar
In each Dutch sentence, select the one underlined word or phrase that is incorrect .
1. Gisteren koopte mijn zoontje , Willem, voor
het eerst alleen kleren.
A. koopte
B. zoontje
C. voor
D. eerst
2. Weet je wie die boeken meegenomen hebben ?
A. Weet
B. wie
C. meegenomen
D. hebben
3. Marian is vandaag niet thuis, ze is gegaan schaatsen .
A. is
B. vandaag
C. gegaan
D. schaatsen
4. Mijn moeder heeft de gewoonte om 's ochtends voor het
ontbijt in de buurt wandelen .
A. om
B. 's ochtends
C. het
D. wandelen
5. De fietser was licht gewond , maar er moest
gelukkig geen ziekenwagen te komen .
A. gewond
B. moest
C. te
D. komen
6. De koningin gisteren heeft een bezoek gebracht
aan het geteisterde gebied .
A. gisteren
B. gebracht
C. geteisterde
D. gebied
7. In mijn kinderjaren, gingen we altijd naar de Italiaanse
riviera in vakantie.
A. gingen
B. altijd
C. Italiaanse
D. in
8. De kat zit de hele dag aan het dak.
A. zit
B. hele
C. aan
D. het
9. Piet had makkelijk alleen die opdracht gekund
uitvoeren .
A. makkelijk
B. die
C. gekund
D. uitvoeren
10. Toen het lekker weer is , worden de tafels en
stoelen buiten
op het terras gezet .
A. Toen
B. is
C. worden
D. gezet
11. De witte hondje was de weg naar huis kwijt.
A. De
B. witte
C. de
D. naar
12. Zodra het licht op groen springt , de voetgangers mogen oversteken .
A. groen
B. springt
C. mogen
D. oversteken
13. Deze trein rijd niet op zondag .
A. Deze
B. rijd
C. op
D. zondag
14. Zodra het gevroren heeft , heb ik
mijn schaatsen aangerijgd .
A. gevroren
B. heeft
C. heb
D. aangerijgd
15. Ze zou zeker gekomen zijn , indien ze die dag niet
ziek is geweest.
A. zou
B. gekomen
C. zijn
D. is
Part III. Dutch Vocabulary
Select the best answer.
1. Vanavond organiseert de studentenvereniging een grootse _____________ .
A. feest
B. festijn
C. bal
D. fuif
2. Piet beweert dat kroepoek een Japans ___________ is.
A. maaltijd
B. schaal
C. gerecht
D. keuken
3. Heb je die brief van tante Leen nog steeds niet _________?
A. geantwoord
B. beantwoord
C. verantwoord
D. verwoord
4. ____________ je of er hier in de buurt een postkantoor is?
A. Zeg
B. Weet
C. Ken
D. Kun
5. ____________ het vliegtuig uit New York met veel vertraging geland was,
hebben we de voor vandaag geplande vergadering
met de Amerikaanse direkteur moeten uitstellen tot morgen.
A. Doordat
B. Bovendien
C. Opdat
D. Niettegenstaande
6. Voor je een artisjok kan klaarmaken, moet je hem
__________ van zijn harde schil.
A. opdoen
B. uitdoen
C. ontdoen
D. overdoen
7. Tijdens de winter komt iedere trein uit Zagreb ___________
aan met veel vertraging.
A. nooit
B. vaak
C. altijd
D. elke week
8. Tijdens zijn onderhoud met de nieuwe klant heeft de
verkoopsdirekteur al diens lastige vragen handig kunnen __________ .
A. omzwaaien
B. omzeilen
C. omzomen
D. omkeren
9. Mijn broer Tom heeft een grote belangstelling ____________ muziek uit de
middeleeuwen.
A. in
B. aan
C. voor
D. met
10. De verdere ontwikkeling van vele landen in Afrika is _______ aan de schommelingen
van de grondstofprijzen.
A. belangrijk
B. geschikt
C. afhankelijk
D. onderhevig
Part IV. Dutch Reading Comprehension
Read the Dutch text and select the best answers for the questions.
Romantisch en gastronomisch weekeinde in Kasteel "Het Lindenhof."
Klein luxueus hotel, gemakkelijk bereikbaar vanuit de voornaamste Nederlandse steden,
verwelkomt weekeindgasten van april tot oktober. De twaalf kamers hebben elk een
privé-badkamer en een zithoek en zijn uitgerust met telefoon en kabeltelevisie. Het
ontbijt is in de prijs begrepen.
Het sfeervolle restaurant staat in heel Nederland bekend bij gastronomen. Het menu
bestaat voornamelijk uit streekgerechten.
1. Moet je het ontbijt apart betalen?
A. het ontbijt wordt op de kamer
geserveerd
B. het ontbijt is in de prijs begrepen
C. het ontbijt bestaat uit
streekgerechten
D. het ontbijt is heel duur
2. Wanneer is het hotel open?
A. heel het jaar door
B. in de lente
C. alle dagen van april tot oktober
D. tijdens het weekeinde van april tot
oktober
De weg naar het Rubenshuis.
Het Rubenshuis is vanuit het Centraal Station op een kwartier makkelijk te voet te
bereiken. Je gaat het station buiten richting De Keyserlei. Volg de De Keyserlei tot aan
het kruispunt met de Frankrijklei. Die steek je over. Blijf rechtdoor stappen. Eerst zie
je het Teniersplein met het standbeeld van de schilder David Teniers. Iets verder kom je
aan het standbeeld van Antoon Van Dyck. Daar begint de Meir, de belangrijkste winkelstraat
van Antwerpen. De eerste zijstraat links is de Kolveniersstraat. De volgende zijstraat
links is de Wapper, eigenlijk een plein dat alleen toegankelijk is voor voetgangers. Ga
het plein op. Het Rubenshuis staat aan de linkerkant.
3. Welk standbeeld staat aan het begin van de Meir?
A. David Teniers
B. Peter Paul Rubens
C. Lange Wapper
D. Antoon Van Dyck
4. De straat links juist voor de Wapper heet
A. Leysstraat
B. Kolveniersstraat
C. Meir
D. De Keyserlei
Tuinbouwbedrijf "Van Veen" is gespecialiseerd in het kweken van bloembollen.
Met het oog op onze snelgroeiende export naar de Verenigde Staten en de Europese Unie
zoeken wij op korte termijn een
Meertalige directiesekretaris/sekretaresse
Het takenpakket omvat o.a. :
Het behandelen van telefoongesprekken met het buitenland
Onthaal van bezoekers uit het buitenland
Het verzorgen van alle correspondentie met het buitenland
Profiel
De ideale kandidaat heeft een hogere opleiding van min. graduaatsniveau
Hij/zij kan zich vlot uitdrukken in het Nederlands, het Engels, het Duits, en het Frans
Hij/zij stelt moeiteloos brieven op in de vier talen
Kennis van MS-Word en Excel onder Windows
Hij/zij heeft een zeer verzorgd voorkomen
Wij zoeken een dynamisch iemand die onafhankelijk kan werken en zin voor initiatief
heeft
5. Welke taak zal de sekretaris of sekretaresse niet vervullen?
A. het schrijven van brieven in het
Spaans
B. telefoneren met klanten in de
Verenigde Staten
C. het ontvangen van Duitse klanten
D. dokumenten opstellen in MS-Word
6. Wat past niet bij de aktiviteiten van het bedrijf "Van
Veen"?
A. Het bedrijf voert bloembollen uit
naar de Verenigde Staten
B. Het bedrijf exporteert naar
Duitsland
C. Het bedrijf verkoopt
tuinbouwmachines aan Frankrijk
D. Het bedrijf kweekt tulpenbollen
Antoon Van Dyck werd geboren te Antwerpen in 1599, de zoon van een rijk koopman, en
overleed in Londen in 1641, erkend als een van de belangrijkste kunstschilders uit zijn
tijd. Zijn opmerkelijk talent toonde zich al heel vroeg. Op 11-jarige leeftijd ging hij in
de leer bij de Antwerpse artiest Lodewijk van Bakel. Op zijn negentiende werd hij
opgenomen in de St. Lucasgilde. Rond die tijd ging hij ook te werk in het atelier van de
kunstschilder en diplomaat Peter Paul Rubens, waar hij schilderde in de barokke,
dramatische en toch heel aardse stijl van de meester. Hij bleef er twee jaar en ontpopte
zich als de meest veelzijdige van Rubens discipelen. Zoals de meeste Noord-Europese
kunstenaars uit die tijd, trok Van Dyck naar Italië. Hij verbleef er zeven jaar,
voornamelijk in de stad Genua. De invloed van Titiaan en Veronese is herkenbaar in de
manier waarop hij licht en textuur weergeeft in kleding. Zijn talent als portretschilder
verwierf hem grote bekendheid en een eindeloos aantal opdrachten. Hij lukte erin een
merkwaardige gelijkenis met zijn subjecten te verwezenlijken. Hij gaf hen waardigheid, hij
beeldde ze af met soberheid, elegante lijnen, en met veel attentie voor de expressiviteit
van de handen. Het was tijdens zijn verblijf in Italië dat Van Dyck de stijl ontwikkelde
die hem over heel West-Europa beroemd maakte.
Terug in Antwerpen, dat met zijn macht en rijkdom in het middelpunt stond van de
artistieke uitstraling van de contrareformatie, legde hij zich ook toe op opdrachten
bestemd voor kerken, ondermeer de befaamde "Kruisdraging."
Zijn reputatie als portretschilder bleef hem voorgaan. Koning Charles I van Engeland
nodigde hem uit als hofschilder. Kort na zijn aanstelling werd hij in de adelstand
verheven. Aan het Engelse hof schilderde hij de portretten van de meeste vooraanstaande
aristocraten en hovelingen. Zijn portret van de hautaine koning "Charles I in
jachtkledij" is een van zijn bekendste werken. Soms wordt hem een zekere
nonchalantie, een gebrek aan zorgvuldigheid verweten in die latere schilderijen, misschien
het gevolg van de onophoudelijke stroom opdrachten. Hij drukte zijn stempel blijvend op de
Engelse schilderkunst. Reynolds en Gainsborough horen tot zijn artistieke erfgenamen.
7. Waarom was Van Dyck erg gewaardeerd door aristokraten?
A. hij was een diplomaat
B. zijn portretten vertoonden een
merkwaardige gelijkenis met zijn subjecten
C. zij waren onder de indruk van zijn
religieuze taferelen
D. hij was een vriend van Peter Paul
Rubens
8. Welke woorden typeren het meest de stijl van Van Dyck?
A. kontrast van licht en donker
B. gedetailleerde achtergronden
C. dramatische compositie
D. expressieve handen
9. Wat bracht Van Dyck naar Engeland?
A. de contrareformatie
B. zijn faam als portretschilder
C. een aanbeveling van Peter Paul
Rubens
D. een Italiaans aristokraat
10. Het doek "De Kruisdraging" is vooral representatief voor?
A. het werk van Antoon Van Dyck
tijdens zijn Italiaanse periode
B. de belangrijke rol die Antoon Van
Dyck in de contrareformatie speelde
C. de barokke stijl waarmee Antoon
Van Dyck grote beroemdheid verwierf
D. de dramatische, religieuze
taferelen waarvoor bekende schilders tijdens de contrareformatie opdrachten kregen
When you have answered all questions, press the Evaluate button to see your score on this Dutch test.
To start this Dutch test over, press the Reset button.